Start   Artikelen   Rehabilitatie-Centrum   Video's   Grote-Verzoendag 

 Contact 
 Landkaarten   Russische-Liederen 


Artikel uit Elizabethbode januari 2007

Rusland ... Verdeeld en uiteengevallen. Nog even onafzienbaar, ongenaakbaar, mystiek als voor het uiteenvallen van de Sovjet Unie. De schaduw van het opzijgeschoven IJzeren Gordijn blijft lang hangen, niet alleen in het Westen. De kampen waarin destijds honderdduizenden mensen om hun overtuiging werden weggestopt, bestaan nog steeds. Net als de modder, de kou, de ontbering, het isolement. Deze kampen zitten nog altijd vol met mensen. Het verschil met vroeger is, dat deze mensen meestal niet onschuldig zijn. Atie de Koning (60) trekt zich het lot van deze mensen aan. Een bijzonder verhaal van een gewone vrouw, die zich thuis voelt in Russische gevangenkampen.



Thuis in Russische gevangenkampen
'Hiervoor ben ik geboren'

Nog tien dagen.... Atie glimlacht, rommelt met het Senseoapparaat in de keuken van haar Woerdense flat. Ze is verpleegkundige op de kinderafdeling van het ziekenhuis, nóg even, dan heb ik nog meer tijd voor Rusland. Piet, haar man, is al met pensioen.
Hij heeft veertig jaar voor de klas gestaan.

Ratten en Russen

Veertig jaar voordat Atie voor het eerst een gevangenkamp bezocht, wist ze al dat ze dit ooit zou gaan doen. Haar vader vertelde van mensen die gevangen zaten omdat ze in God geloofden en ze zag een speelfilm over een Russische gevangenis.
Gevangenen hadden een stempel - eens een dief, altijd een dief - en kwamen daar niet meer van af. De combinatie van de kansloosheid in die film en later kernis over geloofsvervolging raakte Atie diep.; 's Avonds knielde ik huilend voor? mijn matras op zolder. Ik zei: God, wilt U een licht op de muur laten schijnen als ik iets voor gevangenen in Rusland mag doen? Op de donkere zoldermuur verscheen een lichtvlek. Er waren alleen blinde muren, het schijnsel kon niet van buiten gekomen zijn.
Atie had antwoord op de vraag wat ze later wilde worden. Mijn ouders hebben nooit, geprobeerd me ervan af te houden. Bijzonder was dat. Veertig jaar wachten is lang.
,,Echt wel, knikt Atie, haar ogen twinkelen. Ik zie me nog lopen met onze jongste zoon in de kinderwagen. God! riep ik. Ik groei hier vast! Hoe moet dat? Toen ze thuiskwam, lag er een folder van de volksuniversiteit op de mat. Russisch was een van de studierichtingen. Atie: Daar had ik nooit over nagedacht. De mulo kostte me al zoveel moeite. Atie beet zich in de studie vast. Russisch werd mijn kind. Snap je wat ik bedoel? Bijna alle medestudenten vielen af, het Oostblok zat nog steeds potdicht, maar Atie zette door. En toen zei God tegen me dat ik de taalstudie moest neerleggen.
Ik heb mijn boeken en schriften in een plastic tas achter de strijkplank gezet, op zolder. Die heeft daar vijf jaar gestaan. Als ik stond te strijken, moest ik huilen. Echt waar.
Na de val van de muur in 1989 kwamen vrienden bij Atie met een brief uit de Sovjet Unie. Ik maakte hem open en ik kon het nog lezen! Ze vertelt het alsof het gisteren was: Wauw Dat was een feest je! Stichting Friedensstimme zocht vertalers en zo kreeg Atie een brief in handen van een Rus die schreef dat hij gevangenissen bezocht.
Door hem kwam ik in de gevangenkampen terecht.

Jaren vast

In 1996 reisde Atie voor het eerst naar de provincie Tula, ten zuiden van Moskou.
In de buurt van de gelijknamige hoofdstad ligt een achttal gevangenkampen; tweeduizend gevangen per kamp, dorpen op zich. De briefschrijver, Joera Mazoenov, was haar gastheer en zou dat ook later steeds zijn. Gevangenkamp 7 werd het
het eerste kamp dat ze bezocht. Ze had geen erg in de modder, de kou, de agressief blaffende waakhonden en in al die dingen die ieder ander direct zouden zijn opgevallen. Ik dacht: Hier ben ik voor geboren. Ik hield van de bewakers, de gevangenen, de directeur. Een groepje tot geloof gekomen gevangenen had er een kerkje gebouwd.
Atie: Die mannen zitten jarenlang vast. Bij een kleine diefstal al zes jaar.
Jarenlang van huis, te ver weg om zelfs die enkele keer dat het mag bezoek te ontvangen. De familie kan de reis vaak niet betalen. Atie vertelt verder. Van een man die beide handen kwijt was omdat hij te lang stomdronken in de vrieskou had gelegen: Een medegevangene, een christen, waste zijn rug. Van de tuberculosekampen met tweeduizend zieken: Het is een wonder als je daar geneest. Van al de keren dat God dat wonder deed. Van de tuchthuizen voor jonge criminelen van twaalf tot achttien jaar oud: Vader en moeder alcoholist, zij zwerven op straat, stelen brood, worden opgepakt.
De meesten hebben nooit een vak geleerd, kennen alleen de straat of het kamp. Als de straf erop zit, komen de ex-gevangenen zonder enige voorziening, vervreemd van hun gezinnen en families en het maatschappelijke leven, op straat te staan.
Ze kunnen geen kant uit en zitten vaak in een mum van tijd weer vast.

De woestijn zal bloeien

Ik hield van de
bewakers,
de gevangenen,
de directeur

Atie reist altijd met Russen; soms gaat er een aantal Hollanders mee. Je vraagt je af wat een klein vrouwtje kan doen.
We gaan meestal vier weken: de eerste twee in Tula, daarna reizen we door. Het feit dat we blijven komen is al een half evangelie.
We nemen geld mee, proberen nood te lenigen en vertellen mensen dat God bij machte is situaties te veranderen. Atie vertaalde jaren geleden een lied. Telkens als we dat zingen, verandert er iets in de atmosfeer. Ik heb steeds het thema van dat lied gebracht, vertelt ze De woestijn zal bloeien. Dat gaat over mensen en ik houd ze voor dat God belooft dat ze zal bloeien als een narcis.

Gelovige gevangenen nemen makkers mee naar een bijeenkomst in het kamptheater en vertellen hoe zij God hebben ontmoet.
Er is altijd wel iemand met een gitaar, er wordt gezongen, met vlaggen gezwaaid, gedanst, Joera preekt en roept mensen op naar voren te komen. Sommigen geven hun hart aan de Heer, anderen genezen, huwelijken worden ingezegend omdat stelletjes hun leven op orde willen brengen, er vloeien tranen. Het gebeurt regelmatig dat gevangenen, vooral kinderen, Atie vragen of zij hen nog even wil vasthouden, of ze mogen schrijven.
De verhalen die ik hoor, zucht Atie.
Verwerken gebeurt pas als ik thuis alles opschrijf; dan komen bij mij de tranen.

Twee jaar geleden werd een wettelijke bepaling van kracht die buitenlanders de toegang tot gevangenkampen verbiedt. Het land lijkt langzaam meer dicht te gaan. Atie zit er niet mee. In augustus staat de volgende reis gepland: Ik zie wel, de tijd is aan God. Zolang Hij het wil, ga ik door en dan kom ik die kampen ook echt wel binnen.

Ernst Bergboer


  Terug naar Artikelen menu